GEORGE W. BUSH EN DE MYTHE VAN AL-QAEDA

Om met de laatste twee zinnen van dit opzienbarende boek te beginnen: “Geen enkel land ter wereld heeft enig voordeel behaald bij de aanslagen in New York en Washington. Daarentegen betekenden de aanslagen wel een vrijkaart voor de uitvoering van de plannen die tot een nieuwe wereldorde moeten leiden.” Het hele boek draait om die cruciale woorden “plannen” en “een nieuwe wereldorde.” De plannen voor die nieuwe wereldorde staan volgens de schrijver al langer op de agenda van de neo-cons en de regering Bush en zijn lang vóór 11 september 2001 bedacht en voorbereid. De Ruiter spreekt zelfs van ‘de Reichstag van Bush’ als hij de aanslagen van 11 september bedoelt en zijn boek is geheel in deze niet mis te verstane stijl geschreven. Het boek probeert aan te tonen dat de buitenlandse politiek van de VS gericht is op het streven naar de wereldheerschappij. Volgens de schrijver wist de regering Bush al ver vóór 11 september van de aanslagen. Sterker: de regering en de geheime diensten en denktanks hebben er volgens de Ruiter de hand in gehad en de aanslagen zorgvuldig gepland met het doel de bevolking mentaal rijp te maken voor de war on terrorism. Aan de hand van historische voorbeelden – Pearl Harbor, het Tonkin-incident – toont hij aan dat het op zich geen nieuw verschijnsel is, hoe onthutsend dit gegeven voor velen ook is.

Op de achterflap lezen we: “In dit boek wordt door de verzamelde feiten aangetoond dat de Verenigde Staten bij de gebeurtenissen van 11 september betrokken waren. De vele bewijzen doen vermoeden dat de zogenaamde terroristen dubbelagenten waren en op de loonlijst van de CIA stonden. Zij dienden uitsluitend de ware schuldigen te camoufleren en hun opdracht was het spoor in de richting van de Islam te leggen." Hoe moeilijk soms te verteren ook, men kan niet anders dan tot de conclusie komen dat de schrijver in grote mate slaagt in zijn opzet. Hoewel sommige politieke gevolgtrekkingen het niveau van verifieerbaarheid ontstijgen - met name waar het gaat om nog plaats te vinden gebeurtenissen - blijven méér dan genoeg feiten en (sterke) vermoedens over om de conclusie te wettigen dat we in ieder geval uiterst omzichtig moeten omspringen met de (des)informatie van officiële zijde over 11 september en wat daarna volgde.

Zelfs al zou niet meer dan de helft van het gepresenteerde bewijsmateriaal de toets der kritiek uiteindelijk doorstaan, dan nóg blijft op het netvlies het beeld van een hardvochtige elite die - letterlijk - over lijken gaat om aan de macht te kómen en aan de macht blíjven. Een huiveringwekkend boek over een huiveringwekkend schouwspel waarvan we de proloog inmiddels wél kennen, maar de epiloog nog lang niet. We zitten er immers middenin…

Jan Bontje